VVD Amsterdam
inloggen

home

stadsdelen

lid worden

contact

11 Februari

Combicursus Ontwikkeling van het Liberalisme en Liberale kernwaarden

In deze combicursus wordt het
ontstaan en de ontwikkeling van
het liberalisme behandeld in 2
dagdelen. Deze combicursus kan
ook worden gevolgd als onderdeel
van de Leergang Politieke
Orientatie. N.B. Voorheen heette
deze combicursus 'Geschiedenis
van het Liberalisme en Liberale
waarden'

16 Februari

Discussie avond over opheffing stadsdelen

17 Februari

Jaarlijkse taartenactie in Noord-Holland

18 Februari

Combicursus Stromingen in de Politiek en Liberalisme in de Nederlandse praktijk

In de cursus Politieke
Stromingen in de politiek worden
de verschillende politieke
stromingen en hun politieke
partijen behandeld. Zowel de
ontstaansgeschiedenis als
actuele situatie komen aan bod.
Deze combicursus kan ook worden
gevolgd als onderdeel van de
Leergang Politieke Orientatie;
Je krijgt dan een flinke korting
op het cursusgeld. N.B. voorheen
heette deze combicursus
'Politieke Stromingen &
Liberalisme in de Praktijk'

28 Februari

Debat over de toekomst van Westpoort als economische motor

509

Boekmanlezing 5 juni 2009

Dames en heren

Het verhaal van mevrouw Gehrels zojuist is prikkelend. Maar ook gevaarlijk.

Als jonge Amsterdamse PVDA’er ontpopt ze zich als een ouderwetse sociaal democraat. Het doet mij nog het meeste denken aan de tijd waarin socialisten betoogden dat kunst maatschappelijk relevant moest zijn.

Kunstbeleid kan niet anders zijn dan onderdeel van een welzijnsbeleid; zo stelde de regering in 1972. PPR minister van Doorn zei in 1976 dat de overheid er niet buiten kan‘... een zekere maatschappelijke relevantie als voorwaarde te stellen, omdat zij anders, in het geheel geen selectie makend, zich zo zou moeten opstellen, dat zij alles wat als kunst wordt aangeboden en soms tegelijkertijd als zodanig wordt aangeprezen, de helpende hand toesteekt.’

Dit zijn gevaarlijke opvattingen binnen de cultuurpolitiek. Mevrouw Kappeyne van de Copello verwoordde in die tijd vurig het VVD standpunt dat nog steeds geldt. Maatschappelijke relevantie mag geen voorschrift worden, vond zij. ‘Zelfs l'art pour l'art moet mogelijk zijn’. De overheid moet niets met kunst, maar vooral iets voor kunst.

Mevrouw Gehrels verwijst naar Suriname in haar betoog, waar kunst veel meer als middel voor maatschappelijke verandering wordt gebruikt. We zagen dit ook in Zuid Afrika, toen na de vrijlating van Mandela alles in het teken stond van “the new South Africa” en ook kunst daarvoor ingezet moest worden.

Het getuigt van een romantisch verlangen naar het gebruik van kunst als vehikel voor politieke ambities maar het blijft gevaarlijk. We moeten juist blij zijn dat we in een samenleving leven waar we het beschavingniveau hebben bereikt dat we kunst de vrijheid gunnen.

Gerrit Komrij zei eens zo treffend: “kunstenaars zijn zwanen, geen ezels die pakjes dragen”.

Het oude maakbaarheidsideaal steekt in het betoog van Gehrels de kop op. Een behoefte die we allemaal hebben, namelijk dat mensen zich ontwikkelen, en dat de samenleving zowel mondiger, kritischer als coherenter wordt. Die behoefte en dat streven deel ik. En zelfs tegenover enige vorm van volksverheffing sta ik als liberaal niet altijd afwijzend.

Maar de gedachte dat de overheid kunstenaars in een stramien wil duwen om dit te bevorderen: daarvan moet ik gruwen. Deze gedachte jaagt mij de stuipen op het lijf.

De ontwikkeling van mensen is van groot belang, maar dit moet geschieden via alle mogelijke vormen van onderwijs. Bijvoorbeeld kunstzinnige vorming. Ik val zeer bij wat Carolien Gehrels daarover zegt als zij haar oudoom Willem Gehrels, toenmalig directeur van de volksmuziekschool, parafraseert:

“Het ideaal van de culturele opvoeding moet zijn iedere jonge mens zoveel culturele ontwikkeling mee te geven, dat hij later, op welke wijze dan ook, actief of passief, aan het culturele leven deel kan hebben.”

Ook de VVD vindt dat jongeren meer en eerder bij cultuur moeten worden betrokken. Het onderwijs moet meer gericht zijn op de overdracht van kennis van cultureel erfgoed en kunst, waardoor jongeren hun affiniteit daarvoor beter kunnen ontwikkelen.

Maar Gehrels gaat echter zo ver, dat er een meer inhoudelijke bemoeienis voor politici met kunst moet zijn en dat is nu juist in strijd met het Thorbecke-principe. Ik blijf daar zeer aan hechten. Niet omdat deze grootste staatsman uit de Nederlandse geschiedenis een liberaal is, maar omdat het een principieel belangrijk punt is. Met dit principiële punt ben ik het zeer eens; namelijk dat de overheid geen beoordelaar van kunst is.

Het is ook niet een uitsluitend liberale traditie. Zelfs de grote Boekman die Gehrels aanhaalt om haar betoog te onderstrepen pleit niet voor meer inhoudelijke bemoeienis van politici met kunst

Zoals in Boekman in zijn proefschrift overheid en kunst in Nederland betoogt:

"In de hier verdedigde opvatting mag de overheid de kunstenaars niet als ambtenaren beschouwen, aan wie zij opdrachten kan geven, bij welker uitvoering andere dan artistieke overwegingen gelden. Door het steunen van de kunst verwerft de overheid niet het recht haar in een bepaalde richting te stuwen of haar een deel van haar vrijheid te ontnemen. In een staat, waarin de burgers individuele verantwoordelijkheid dragen, is het kenmerk van die kunst, dat zij zich naar haar eigen wetten ontwikkelt."

Ik raad Carolien Gehrels en alle sociaal democraten aan om om de paar jaar Boekman weer na te lezen.

Als we voorrang geven aan “artistieke overwegingen”, hoe moeten we dan publieke waardering wegen?

Geloven liberalen dan in kwaliteit en deskundigheid los van publieke waardering? Als liberalen hechten we juist zeer aan de markt en aan publiek. We geloven dat burgers heel goed in staat zijn hun eigen keuzes te maken. Maar dat moeten dan hún keuzes zijn en niet die van de subsidiënt of de politicus.

Wij willen de kunst weer terug geven aan waar ze hoort: de maatschappij. Dus moeten we een manier vinden om de huidige vraag-cultuur om te zetten naar een geef-cultuur.

Wethouder Gehrels pleitte laatst in een interview voor een nieuwe Gouden Eeuw. Ik kan u vertellen: In de Gouden Eeuw was de private sector de belangrijkste drijfveer achter cultuur. De verhouding tussen overheid en particulieren was vrijwel volledig tegenovergesteld aan de tegenwoordige. Het Rijksmuseum had bijvoorbeeld nooit bestaan zonder gulle mecenassen. Renée Steenbergen heeft daar in haar boek ‘De nieuwe mecenas’ een prachtige beschouwing van gegeven.

De VVD ziet mogelijkheden om het mecenaatschap nieuw leven in te blazen. Het is daarbij geenszins de bedoeling de financiering van cultuur door de overheid te vervangen door financiering uit de particuliere sector: het betreft een aanvulling. De gebruiker bepaalt en betaalt; de overheid vult aan.

Wij pleiten dus voor een grotere rol voor burgers, kijkers, luisteraars en liefhebbers. Maar tegelijkertijd blijven wij ook hechten aan deskundigheid; aan het oordeel van mensen die hun hele leven met kunst bezig zijn en daardoor ook verder vooruit kunnen kijken dan een gewone liefhebber.

Kunst vervult veel rollen in de samenleving; ook die van onderzoek. Het verkennen van nieuwe wegen: kunst als R&D afdeling van de samenleving. Maar dan moet de marketingafdeling niet te weinig ruimte laten voor onderzoek en ontwikkeling. Net zoals in het bedrijfsleven moet de kunst ook hier zich echter uiteindelijk wel bewijzen door voldoende publieke steun.

Eén ding willen we nooit: meer inhoudelijke macht aan de bureaucraten.

Gehrels beweert dat binnen de wet al ruimte voor inhoudelijke bemoeienis wordt gegeven, door naast kwaliteit ook verscheidenheid als hoofdcriterium te noemen.

De VVD vindt dit juist geen gelukkige aanduiding. Omdat de kwaliteit natuurlijk het hoogste criterium moet zijn en de verscheidenheid en diversiteit daar onderdeel van zijn. Net zo goed als bereik en toegankelijkheid cruciaal zijn binnen kunstbeleid, maar niet belangrijker kunnen zijn dan kwaliteit. Binnen de PVDA zien we daar vaak verwarring over. Het extreemste voorbeeld is natuurlijk de publieke omroep. Die zou evenzeer gefinancierd moeten worden vanwege het bereik als van kwaliteit?

Dan zou beter RTL 4 gesubsidieerd kunnen worden!

De politiek mag wél inhoudelijke keuzes op het terrein van de kunst maken als opdrachtgever. Op dat punt val ik Carolien Gehrels volledig bij.

Gemeenten geven jaarlijks vele euro’s uit aan kunst in de openbare ruimte. Het is terecht dat de gemeenteraad zich hier over buigt. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie die zich in Tilburg afspeelt over het ronddraaiende huis van John Kormeling á 3 ton op een rotonde.

Ik hoor een tegenstrijdigheid in het verhaal van Carolien Gehrels als ze eerst betoogt dat kunst niet afhankelijk moet zijn van een individu (zoals een directeur van een fonds), terwijl ze later betoogt dat we meer aan spraakmakende personen dan aan commissies moeten overlaten.

Ik vind dat je de mensen die binnen hun instelling over de inhoud van kunst gaan zoveel mogelijk ruimte moet geven. Maar dan heb je het vooral over museum- en schouwburg directeuren. Als het gaat om een monopoliesituatie van de grote subsidiefondsen moet je wel degelijk verschillende deskundigen daarover laten oordelen. Juist omdat diversiteit ook onderdeel van de kwaliteit is.

Steeds weer gaat het om het verschil tussen het beleid en inhoudelijke keuzes. Bij de fondsen heeft de VVD juist betoogd dat we er als politiek veel meer bovenop moeten zitten. Zowel op het beleid als op de prioriteiten van de subsidiefondsen. Hoe kijk je naar jeugdtheater of naar allochtonen? Hoe belangrijk vind je internationale activiteiten? En ga zo maar door.

Maar wel om dan vervolgens de inhoudelijke keuzes daarbinnen aan de deskundigen over te laten.

Waarom is het gevaarlijk om politici inhoudelijk mee te laten sturen? Omdat persoonlijke hobby’s en voorkeuren dan een veel te grote rol kunnen gaan spelen. In de tweede plaats omdat het een onderschatting is van het belang van deskundigheid op dat terrein.

Hoeveel belangrijke kunst is niet eerst afgewezen door de machthebbers of door de markt en heeft zich met de steun van enkelen kunnen ontwikkelen en is cruciaal gebleken in de ontwikkeling van onze beschaving?

We hoeven alleen maar even aan van Gogh te denken om dit te begrijpen.

In de derde plaats omdat politici hun eigen wetten volgen en politieke correctheid en mode in plaats van “de wetten van de kunst” zoals Boekman het noemt.

Herinnert u zich nog het cultuuractivisme van toenmalig staatssecretaris Rick van der Ploeg? Hij wilde het liefst kunst en cultuur voor en door allochtonen en liet subsidie afhangen van het multiculturele karakter van een instelling of productie. Zoals vaker geldt voor sociaal democraten: Het is vooral goed als de zaal vol zit met allochtonen of bijstandsmoeders. De VVD heeft hier toen ook al zwaar tegen geageerd. Regelmatig botsten Rick van der Ploeg en Atzo Nicolai: oud bestuurslid van de Boekmanstichting, die toen cultuurwoordvoerder was. Zoals hij zei: kunst is geen welzijnswerk

Geloven liberalen dan enkel in l’art pour l’art? In kunst die los staat van de samenleving? Zien wij niet het belang van kunst voor de ontwikkeling van onze samenleving?

Integendeel! Geen politieke stroming is daar zo van doordrongen als de liberalen.

In 1972 stelde de discussienota Kunstbeleid van het ministerie van CRM: ‘Kunstbeleid staat niet in dienst van de kunst, maar in dienst van de samenleving’. Frits Bolkestein dient deze stelling prachtig van repliek in zijn boek ‘de Engel en het Beest’. Bolkestein zegt: Kunstbeleid staat wel degelijk in dienst van kunst; en juist daardoor in dienst van de samenleving! De kunstenaar die naar iets anders streeft dan in zijn kunst besloten ligt, faalt.

Toen Otto Dix zijn werken maakte ,zei hij: „Wozu das gut is, weiss ich selber nicht“. Toch zijn weinig schilderijen zo maatschappelijk betrokken als de zijne. Daar is geen kunstbeleid gericht op maatschappelijke relevantie aan te pas gekomen.

Onze diepe overtuiging is dat hoe meer je kunst vrij laat en mensen hun eigen verantwoordelijkheid laat nemen; hoe groter de maatschappelijke betekenis en rol van kunst voor de ontwikkeling van onze samenleving is.

Natuurlijk, als je van kunst houdt jeuken soms je handen. Toch moet je als verantwoordelijk politicus met je tengels van de inhoud afblijven.

Mag ik als kunstliefhebber en amateurpianist afsluiten met wat Thorbecke zei voorafgaande aan de uitspraak “de overheid is geen oordelaar van kunst”: “Ik zal niet zeggen dat ik er geen belang in stel: een groot deel van mijn leven heb ik eraan gewijd”.

Weblog Robert

Weblog Marja

Website Werner

Website Daniel

Facebook Bas

Eric van der Burg

Vrije Amsterdammer

English/Expats

vvdamsterdam