Een treurig slotakkoord over re-integratietrajecten
De Amsterdamse Rekenkamer veegt in haar onderzoek de vloer aan met de resultaten van re-integratietrajecten. Van de totale groep van 60.824 uitkeringsgerechtigden uit de onderzoeksperiode heeft 3,1 procent een baan gevonden.
De reactie van wethouder Aboutaleb op de onderzoeksresultaten is haast nog zorgwekkender dan de resultaten zelf. De wethouder kiest ervoor niet te diep in te gaan op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Kennelijk wil hij liever voort dobberen op de ingeslagen weg. Dat zou een smet zijn op Aboutaleb’s overigens indrukwekkende palmares in Amsterdam. Als hij over enkele weken als minister in Den Haag zit, kan hij dat niet meer rechtzetten, nu nog wel. De VVD pleit voor een snelle en effectieve aanpak!
Reactie van de wethouder
Wethouder Aboutaleb rechtvaardigt de bedroevende uitstroom van uitkeringsgerechtigde naar een baan door er op te wijzen dat uitstroom naar werk niet het enige doel van de trajecten is. Ook succesvolle “activering” is van belang: eerst mensen stapje bij beetje iets leren (competenties verhogen), maar nog niet direct een baan. Met dit rapport achter de kiezen getuigt die reactie van groot politiek opportunisme.
Ook de VVD ziet heil in “activering” wanneer de afstand voor de uitkeringsgerechtigde tot de arbeidsmarkt nog erg groot is. Maar dat neemt niet weg dat over de “activeringstrajecten” verantwoording moet worden afgelegd. Nu komt de wethouder met een rechtvaardiging achteraf. Een konijn uit de hoed. De rekenkamer heeft de doelmatigheid van de trajecten getoetst aan het vooraf vastgestelde beleid. De aanpak van de wethouder heeft die toets niet kunnen doorstaan. Als hij andere doelen voor ogen had, dan had hij die vooraf helder en duidelijk inzichtelijk moeten maken.
Sprekende cijfers
De cijfers laten geen ruimte voor een halfhartige rechtvaardiging door de wethouder: daarvoor zijn de resultaten te schokkend. Ook als wordt ingezoomd op de meest kansrijken (uitkeringsgerechtigden die dus wél zouden moeten uitstromen naar werk) dan blijft er een schamel slagingspercentage van 11% over.
Dan de bedrijven die de re-integratietrajecten uitvoeren. Van de 163 afgesloten contracten zijn er 57 waarbij géén enkele cliënt uitstroomt naar werk. Van nog eens 61 contracten is die uitstroom ten hoogste 10%. Bovendien worden bonussen, zogeheten uitstroompremies, uitgekeerd aan re-integratiebedrijven, terwijl de betreffende cliënten niet eens uitstromen naar werk: de contracten die DWI met de re-integratiebedrijven heeft afgesloten, lijken dat toe te laten. Een aaneenschakeling van wanprestaties. Cijfers die voor zichzelf spreken.
Afwijzen aanbeveling van de Rekenkamer
Het wordt nog erger. De wethouder wijst de aanbeveling van de Rekenkamer af om per doelgroep vooraf beleid, prestaties en effecten te formuleren en daar dan een budget aan te koppelen. De wethouder geeft er de voorkeur aan om zijn budget flexibel te kunnen inzetten. De VVD is van mening dat de wethouder die aanbeveling niet in de wind mag slaan. Het flexibele beleid door de Rekenkamer gewogen en te licht bevonden.
Voorts merkt de Rekenkamer in haar onderzoek op dat het College zich er ten aanzien van de aanbevelingen wat gemakkelijk van afmaakt. Het College verwijst met name in algemene termen naar maatregelen die al zijn genomen. Geen vooruitblik naar nieuwe stappen, zoals de VVD zou bepleiten. De Rekenkamer raadt de gemeenteraad dan ook aan om meer concretisering van de wethouder te verlangen. De VVD neemt dat advies ter harte en zal de wethouder morgen in de Commissie Werk en Inkomen hierom verzoeken.
01 januari 2007