Politiek café: Verkiezingsdebat

08 maart 2015

De presentatie werd verzorgd door Radboud van Casteren, actief lid van de VVD Amsterdam Zuidoost en Freek Ossel, oud wethouder van Amsterdam en nu burgemeester van Beverwijk.
Voor het debat over de Provinciale Staten waren uitgenodigd: Paul Slettenhaar van de VVD, Adnan Tekin van de PvdA en Lilian Peters van GroenLinks.


Het debat startte met een korte introductie van de kandidaat en aan de hand van stellingen. De eerste stelling luidde: “Windmolens draaien op subsidie en zijn horizonvervuilend, het is beter om in te zetten op andere duurzame energie”.
Lilian Peters van GroenLinks vond dat de windmolens gewoon op land geplaatst konden worden en het argument van horizonvervuiling overdreven. Er staat wel meer in het landschap, zoals hoogspanningsmasten en schoorstenen. De PvdA wilde wel kijken naar betere plaatsing zodat bewoners zo min mogelijk last hebben van de molens, en er zijn ook andere energievormen die ontwikkeld worden.  De VVD vond dat plaatsing op land bijna altijd ongewenst is. Tegen plaatsing op zee en uit het zicht, heeft de VVD geen moeite. De VVD ging ook in op andere manieren van duurzame energie, zoals zonnenergie en het importeren van schone energie. De opmerking dat kernenergie wat betreft luchtvervuiling en CO2 eigenlijk heel schoon is, viel slecht bij de GroenLinks stemmers.
Een ander belangrijke thema in de provincie zijn de wegen, de stelling luidde: “Er moet niet nog meer asfalt bij in de provincie”. GroenLinks en de PvdA stonden hierbij naast elkaar:  “geen asfalt erbij”, vonden beide partijen. Hoewel de PvdA benadrukte dat lopende projecten wel gewoon uitgevoerd worden, vond de VVD dat er voor de bereikbaarheid en om economische groei te faciliteren er soms gewoon asfalt bij zal moeten. Ook op het gebied van verkeersveiligheid, om wegen breder en veiliger te maken. De PvdA vond dat zelfs voor de verkeersveiligheid geen extra asfalt gelegd mocht worden.
De volgende stelling raakte aan een diepe discussie, namelijk de kerntaken van de provincie: “De provincie moet meer doen om werkgelegenheid en economie te stimuleren”.


Adnan Tekin werd hierbij bijgestaan door de kandidaat voor de PS uit Zuidoost: Mala Eckhardt. De PvdA vond dat er successen waren geboekt met het linken van bedrijven, werkgelegenheid en afstemmen van de onderwijsbehoefte. De provincie kan daar de functie van oliemannetje vervullen. Het blijkt bijvoorbeeld dat er vaak een mismatch is tussen welke mensen het bedrijfsleven nodig heeft en wat werkzoekenden te bieden hebben. Mala Eckhardt vond dat in contracten van grote bedrijven en projecten opgenomen moet worden dat een gedeelte van de werknemers uit het gebied zelf moet komen, in dit geval uit Zuidoost. Paul Slettenhaar van de VVD vond dat onnodige regeldruk. Bedrijven weten zelf het beste hoe ze een vacature moeten invullen, daar moet de overheid zich niet mee bemoeien. Als je wil zorgen voor betere werkgelegenheid is dat prachtig, maar dat blijft  een taak van de gemeente en niet van de provincie.  GroenLinks en de PvdA vonden dat de provincie wel een taak heeft om werkgelegenheid te stimuleren en achterstandsgroepen aan werk te helpen.


Dit raakte aan de laatste stelling van het debat: “De provincie moet zich houden aan duidelijk omschreven kerntaken en geen taken overnemen van gemeentes of Rijk”. Paul Slettenhaar vondt dat provincies en gemeenten verschillende taken hebben en elkaar niet in de weg moeten zitten. Er worden nu vaak nog zaken dubbel gedaan. Laat de gemeente doen waar ze goed in is, dan kan de provincie dat ook. De PvdA was het eens met de VVD waar het gaat om het “ontdubbelen” van taken, maar wil op sommige thema’s toch de vrijheid om zaken aan het takenpakket toe te voegen. GroenLinks sloot zich daarbij aan.  Paul Slettenhaar wilde ook benadrukken dat het allemaal geld kost en dat dat ook betaald wordt uit de motorrijtuigenbelasting, met de provinciale opcenten. Solide financiën zorgen ervoor dat die provinciale opcenten in elk geval niet nog verder omhoog gaan.


Daarna werden de kandidaten voor het Waterschap,  Ariane Hoog van de VVD en Leny van Vliet-Smit van de PvdA aan de zaal voorgesteld. Freek Ossel wilde eerst weten wat er politiek is aan waterbeheer. Beide dames waren van mening dat er ook keuzes te maken zijn die politiek zijn, en het waterschap heft ook belasting.


De keuzes tussen VVD en PvdA komen bijvoorbeeld tot uiting in verschil van inzicht over het kwijtscheldingsbeleid. Om dit  inkomenspolitiek te noemen, vinden VVD en PvdA beiden wat ver gaan. Tijdens de discussie bleken  er wel meer verschillen te zijn tussen de VVD en PvdA.  Zo vond de PvdA dat boerenbedrijven best wat meer kunnen betalen aan belasting. De VVD is daar op tegen.


Er bestaan Projecten van (Wereld)Waternet in het buitenland, een soort ontwikkelingshulp door het waterschap dus. Dit gaat met name om kennisuitwisseling. Volgens de VVD hoort dat niet tot het takenpakket van het waterschap en zou onder ontwikkelingssamenwerking moeten vallen.


Er werd ook stilgestaan  aan de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer. Daartoe was Jaouad KhamKhami uitgenodigd. Jaouad is nog maar 26 jaar oud, maar heeft al hoge politieke ambities. Hij legde uit hoe Eerste Kamerleden worden gekozen.  Hij benadrukte dat ook voor de samenstelling van de Eerste kamer het van belang is dat mensen gaan stemmen op 18 maart. Nadat de zaal in de gelegenheid was gesteld vragen te stellen, werden de sprekers bedankt met een presentje, in de vorm van de Blaka Rowsu zeep uit de Bijlmer. Daarna was het tijd voor de borrel.  Al met al een geslaagd politiek café waarbij de verschillen tussen de partijen, maar ook de goede samenwerking tussen VVD en PvdA in Amsterdam Zuidoost duidelijk werd.