De Vrije Amsterdammer: Marja Ruigrok

Marja Ruigrok is de nummer twee van de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Vier jaar geleden stapte ze onbevooroordeeld de politiek in, nu is ze een stuk meer ervaren maar nog steeds kan ze zich verbazen over hoe politiek werkt. We spreken met haar over het politieke bedrijf in het algemeen, de afgelopen periode en haar doelen voor de toekomst.

Marja Ruigrok

 

Wie is je vader en wie is je moeder?

Mijn vader wordt binnenkort 85 en hij heeft het zo’n 40 jaar bij één werkgever vol gehouden, dat bestond toen nog. Hij was accountant bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Mijn moeder is overleden en die heeft altijd voor ons gezorgd, ze had 4 kinderen.

Waarom ben je een VVD-er?

 

Ik was eigenlijk nooit zo politiek actief. Ik ben op mijn 25ste begonnen met mijn bedrijf. Ik stemde wel VVD maar was er nooit zo bewust mee bezig. Toen ben ik vier jaar geleden de Masterclass gaan doen en paste het allemaal goed. In mijn bedrijf geef ik mensen ook altijd snel veel verantwoordelijkheid, je ziet ze daardoor snel groeien. Dat is het liberalisme, wat dat betreft ben ik in mijn bedrijf de kleine overheid.

Hoe was dat, nieuw in de partij komen?

Ik heb me altijd heel erg welkom gevoeld. Het was heel bijzonder dat ik de vorige keer van buiten kwam binnen vliegen. Ik heb me wel verbaasd over de structuur, ik had er geen idee van dat het zo’n grote organisatie was. Ik heb de selectieprocedure als heel professioneel ervaren, ik moest een case maken, die verdedigen en in een tweede ronde een andere case, en met verschillende commissieleden zodat het effect van persoonlijke wel-of-geen klik beperkt werd.

Wat heeft je het meest verbaasd?

Het doen van politiek verbaast me wel. Ik heb een wat ander referentiekader, ik heb maar een half jaar voor een baas gewerkt en toen ben ik voor mezelf begonnen. Ik ken alleen maar het zelf sturen en dat is in de politiek natuurlijk niet zo. Je moet op zoek naar coalities, enorm veel overleggen, het is veel minder direct dan in het bedrijfsleven.

Vind je dat er te veel aan micromanagement wordt gedaan?

Vaak wel. Dan wordt er gekeken naar wie er precies in een comité van aanbeveling moet zitten, of hoe een evenement precies georganiseerd moet worden. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat iets gevierd moet worden, en daar een bedrag voor reserveren, en er mensen op zetten die er verstand van hebben, maar dan moet je niet gaan zeggen dat er bijvoorbeeld een lampionnenparade moet komen.

Je was zelf de afgelopen vier jaar meer initiërend dan controlerend bezig.

Ja, dat klopt. Toen ik begon als raadslid, kregen we allemaal een map met een overzicht van instrumenten die je als raadslid in kan zetten: moties, amendementen, interpellaties et cetera. Het viel me op dat die vrijwel allemaal reactief waren. Het plezier zit er bij mij in om dingen te initiëren. Kleine stappen misschien maar je kunt wel dingen in beweging krijgen.

Wat zijn je doelen als je wordt herkozen?

Die zijn gericht op ondernemerschap, dat is mijn natuurlijke achterban. Meer ondernemerschap brengen in de politiek. Minder regels, lastenverlichting en faciliteren. In de afgelopen jaren hebben we bijvoorbeeld de reclamebelasting met 3,5 miljoen verlaagd.

Wat zie je als de grootste obstakels naar je doelen?

Ik vind het soms lang duren. Ik ben nogal ongeduldig, dat kan een goede eigenschap zijn maar soms ook niet. Je doet een voorstel, je moet iedereen spreken daarover, dan zet je het uit en mag het college er acht weken over doen om te reageren maar soms loopt dat uit tot een jaar. En dan moet je nog een meerderheid binnenhalen. Maar dat is goed gelukt, ik heb veel voorstellen aangenomen gekregen.

Wel voorstellen met een relatief hoge aaibaarheidsfactor.

Dat komt ook wat door de portefeuille die ik heb. Wie is er tegen groei van de werkgelegenheid, wie is er tegen groei van de economie? Dat wordt wat anders als je het hebt over preventief fouilleren of sociale huurwoningen.

Andere partijen zijn toch ook niet automatisch voor lastenverlichting?

Ik was oprecht verbaasd dat andere partijen tegen lastenverlichting waren. Hoe kan je er nou tegen zijn dat mensen zelf bepalen hoe ze hun geld uitgeven? Dan zeggen andere partijen: ja maar wij als overheid weten het beste wat goed voor de mensen is. Toen zeiden de mensen in mijn fractie: welkom in de politiek Marja.

Wat is je meest leerzame nederlaag?

De mislukte proef voor vrije winkelsluitingstijden, een vrijheid die wij heel belangrijk vinden. Ten eerste is die de geschiedenis ingegaan als 24-uurs proef terwijl niemand 24 uur per dag open wil zijn, maar wel zelf de keuze wil hebben wanneer je je deur op slot doet. Ten tweede vond de proef niet plaats in het meest voor de hand liggende gebied, namelijk het centrum, maar in Zuid en Zuidoost. En ten derde waren er te weinig ondernemers die aangaven hieraan behoefte te hebben. Wat voor mij geen reden is om het dan te verbieden, maar voor de wethouder helaas wel.

Wat is je meest leerzame triomf?

Ik zit te twijfelen tussen de Bibop (vereenvoudiging van formulieren, red) en de uitstapregeling in het kunstenplan. Elke vier jaar worden de subsidies bepaald en ik heb daarin meegenomen dat je ook kunt kiezen voor drie jaar ineens maar dat je daarna wel op eigen benen moet staan. Dat heb ik aangenomen gekregen en dat is ook niet een links plan. Het leerzame aspect daaraan was het samenwerken, het verbinden van partijen, binnen de woordvoerders maar ook het veld zelf.

En misschien dat je als nummer twee op de lijst staat?

De vorige keer stond ik ook nummer twee. Als ik gedaald was was dat misschien wel een nederlaag geweest maar ik zie het nu niet als triomf. Toen ik er de eerste keer in kwam had ik nog niet zo het idee dat dat het heel bijzonder was dat ik op nummer twee stond. Nu heb ik wel het besef dat de plek belangrijk is, één, twee, drie vier of vijf maakt echt veel uit, in de verkiezingen. Daarna in de fractie telt dat niet meer zo.

Wie is je favoriete politicus?

Neelie Kroes. Vorig jaar hadden we een bijeenkomst met alle raadsleden in Amersfoort en zij was daar ook. Ze is 70 jaar en zei: “en dan ga ik in een volgende periode…” Daar zit gewoon een superstoere vrouw die een enorme werklust heeft. Ze is ook een soort rolmodel voor vrouwen. Aan de mannenkant zou ik Mark Rutte noemen. Hij laat het allemaal zo vriendelijk lijken maar hij heeft het ondertussen behoorlijk strak in de hand. Er zitten behoorlijk wat kikkers in die pot die alle kanten uit willen. De kritiek is dan vaak weer dat hij vooral een manager is en dan vraagt men zich af waar de visie is. Nou, ik heb hem zien speechen in de Rode Hoed en de visie spat er van af. Ik voelde me net een groupie, ik vond het geweldig.

Wat is je favoriete plek van Amsterdam?

In een bootje op het water, dat mag op de gracht, het IJ, Westerdok of Oosterdok zijn. Dat geeft een gevoel van vrijheid en omdat je de stad op de mooiste manier ziet.

Waarom ben je een Vrije Amsterdammer?

Ik maak mijn eigen keuzes op mijn eigen manier en ik blijf dicht bij mezelf. Elke ondernemer zegt: ik ben voor mezelf begonnen want dan ben ik vrij. Dat is onzin, want je hebt afspraken, mensen op de loonlijst enzovoorts. Maar het is de suggestie van vrijheid die het geluksgevoel geeft. De mogelijkheid dat je het roer kunt omgooien geeft dat vrijheidsgevoel.

Tekst: Manfred Harlaar, Cor Mandemaker